Inleiding
Goede morgen beste lezers van de ‘kennisparels’, het is vandaag maandag 27 oktober 2025. Ik begin met een toepasselijk liedje bij de ‘kennisparel’ van vandaag: https://www.youtube.com/watch?v=oz7KYUkdlvE&list=RDoz7KYUkdlvE&start_radio=1 Vandaag een prima recent systematisch overzicht naar de effecten van schooluitsluiting / permanent verwijderen van school. Scholen spelen een cruciale rol in het leven van kinderen en jongeren, en reiken veel verder dan alleen het bieden van academisch onderwijs. Naast gezinnen vormen scholen de belangrijkste instelling waar jongeren worden gesocialiseerd in de bredere maatschappelijke normen. Ze worden geïntroduceerd in concepten zoals discipline, autoriteit, gedragscodes en de gevolgen die gepaard gaan met hun gedragsovertredingen.
Naar analogie van het rechtssysteem hanteren scholen een scala aan punitieve en niet-punitieve maatregelen om gedragsovertredingen te beheersen. Eén van de zwaardere disciplinaire maatregelen is schooluitsluiting, ook wel schorsing genoemd. Deze sanctie wordt doorgaans opgelegd door de schoolleiding als reactie op wangedrag van een leerling en houdt in dat de leerling tijdelijk wordt verwijderd van reguliere onderwijsactiviteiten. Gedurende deze periode kan de leerling worden uitgesloten van de lessen of, in ernstigere gevallen, zelfs van de schoollocatie. In de meest extreme gevallen kan uitsluiting leiden tot permanente verwijdering of overplaatsing naar een alternatieve onderwijsomgeving.
Uit een groot aantal onderzoeken blijkt dat uitsluiting gepaard gaat met negatieve ontwikkelingsresultaten gedurende de levensloop. Het primaire doel van bijgesloten ‘kennisparel’ is om de effectiviteit van schoolinterventies bij het verminderen van disciplinaire uitsluitingen te beoordelen. De secundaire doelen waren gericht op het tegen gaan van negatief gerelateerde gedragingen, waaronder gedragsproblemen, delinquentie en middelengebruik.
In een eerdere ‘kennisparel’ is de relatie tussen schoolverzuim en daaropvolgende (langjarige) patronen van criminele activiteiten aan de orde gekomen: https://prohic.nl/2025/08/18/921-18-augustus-2025-from-school-absences-to-crime-involvement/ De bevindingen daaruit laten zien dat leerlingen met een hogere mate van geregistreerd verzuim later in hun leven vaker te maken krijgen met justitiële waarschuwingen en veroordelingen. Het verband is bijzonder sterk voor ongeoorloofd verzuim. Deze patronen blijven gedurende de levensloop bestaan, waarbij het risico op crimineel gedrag consistent toeneemt bij hogere verzuimniveaus. Een dergelijke conclusie is ook van toepassing bij schooluitsluiting zoals uit bijgesloten ‘kennisparel’ blijkt.
Bron
Valdebenito, Sara, Hannah Gaffney, Maria Jose Arosemena-Burbano, Sydney Hitchcock, Darrick Jolliffe & Alex Sutherland (December 2025). School‐Based Interventions for Reducing Disciplinary School Exclusion: An Updated Systematic Review. Campbell Systematic Reviews, vol. 21, no. 4, December, pp. 1-96. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/cl2.70063
Summary
School exclusion, a severe disciplinary measure, entails removing students from regular classes or school premises. In the United Kingdom, 346,279 students were suspended for a fixed period, and 4168 were permanently excluded in the autumn term of 2023/24, marking an increase from previous years. The predominant reason for these exclusions was persistent disruptive behaviour. Exclusion is associated with negative outcomes in behaviour, academic performance, and future social inclusion. Excluded students are at higher risk for criminal behaviour, academic failure, and social exclusion. Vulnerable groups, including minority ethnic students and those with special educational needs, are disproportionately impacted. Therefore, effective interventions are essential to reduce exclusion rates and address these disparities.
The present mixed-methods review aims to systematically examine the effectiveness of various school-based interventions in reducing disciplinary school exclusions, conduct problems, and drug use. It will analyse differential effects based on participant and study characteristics and identify implementation barriers and facilitators for successful programme outcomes. The review included 275 effect sizes from 67 studies, combining data from Valdebenito et al. (2018) and recent findings, covering 1980 to 2022. This evidence includes 394,242 students involved in school-based interventions to reduce school exclusions through RCT or quasi-experimental evaluations.
The meta-analysis found that school-based interventions significantly reduce school exclusion, though the effect size is small and varies by context. These interventions are more effective for general suspensions than for severe disciplinary actions like expulsions. Four major themes emerged from the analysis. First, intervention format mattered: flexible, collaborative, and well‐structured interventions facilitated implementation, while outdated materials or content misaligned with local context impeded delivery. Second, consistency in school policies and practice enabled smoother implementation, whereas inconsistency acted as a barrier. Third, staff buy‐in—particularly among senior leaders— was essential for successful implementation, although resistance from more experienced staff was noted. Finally, perceived effectiveness played a motivational role: visible improvements in pupil behaviour supported continued engagement with the intervention.
In summary, the updated review finds that school‐based interventions can modestly but significantly reduce school exclusions. While more serious disciplinary sanctions such as permanent exclusions and out‐of‐school suspensions appear less responsive, in‐school exclusion shows greater potential for reduction. Impacts on other behavioural outcomes remain limited. These findings suggest that targeted, context‐sensitive interventions supported by strong implementation strategies and whole‐school engagement are most likely to achieve sustained reductions in school exclusion.
Afsluitend
Op basis van bijgesloten ‘kennisparel’ kunnen verschillende conclusies worden getrokken. Ten eerste toonde de meta-analyse aan dat school gebaseerde interventies een kleine maar statistisch significante vermindering van het aantal schorsingen opleverden. Dat wijst erop wijst dat dergelijke programma’s een bescheiden rol kunnen spelen bij het verminderen van het gebruik van schorsingen.
Ten tweede waren interventies weliswaar enigszins effectief in het verminderen van algemene schorsingen, maar aanzienlijk minder effectief in het voorkomen van ernstigere vormen van schorsing, zoals permanente verwijdering van school. Ten derde laten moderatoranalyses zien dat context en implementatiekenmerken van belang zijn. Zo lieten interventies die in basisscholen werden geïmplementeerd over het algemeen betere resultaten zien dan die in middelbare scholen.
Ten vierde voegde de kwalitatieve synthese verdere nuance toe door vier belangrijke thema’s te identificeren – interventievorm, consistentie, betrokkenheid en waargenomen impact – die het succes of falen van implementatie-inspanningen in scholen beïnvloedden. Deze thema’s onderstrepen het belang van flexibele, contextgevoelige uitvoering en sterke steun van de schoolleiding. Leerkrachten waren meer geneigd interventies vol te houden wanneer ze zelfs kleine gedragsverbeteringen bij leerlingen observeerden. Samen geven de kwantitatieve en kwalitatieve bevindingen aan dat schoolinterventies kunnen bijdragen aan het verminderen van schooluitsluiting, met name voor minder ernstig wangedrag.
Ze zijn echter geen wondermiddel. De effecten zijn over het algemeen bescheiden, contextafhankelijk, en vereisen aanvullende strategieën die zijn afgestemd op de individuele en schoolbehoeften. Interventies voor leerlingen met ernstigere gedragsproblemen moeten meer gespecialiseerd en intensief zijn. De vraag is natuurlijk of hier ruimte voor is in het huidige onderwijslandschap waar scholen de afgelopen jaren wel heel wat op hun bord hebben gekregen.
