Inleiding
Goede morgen beste ‘kennisparelontvangers’, het is vandaag dinsdag 17 juni 2025. Ik begin met een toepasselijk liedje bij de ‘kennisparel’ van vandaag: https://www.youtube.com/watch?v=CN-fEJ3l1pA&list=RDCN-fEJ3l1pA&start_radio=1 Vandaag als ‘kennisparel’ een PowerPointpresentatie waarin ik de stand-van-zaken rond woninginbraak over het jaar 2025 presenteer. Die presentatie heb ik gemaakt omdat a.s. woensdag 18 juni activiteiten plaats vinden rond de zogenaamde Europese Focusdag woninginbraak.
Sinds 2019 organiseren het European Crime Prevention Network (EUCPN) en een groot aantal Europese landen een zogenaamde Focusdag tegen woninginbraken in de hele Europese Unie: https://eucpn.org/focus-day Het doel van dit initiatief is om de aanpak van woninginbraak concreet vorm te geven en daarmee de bestaande effectieve maatregelen tegen woninginbraak onder de aandacht te brengen. Woninginbraak is de laatste jaren in de meeste Europese landen afgenomen. Toch is blijvende aandacht nodig om woninginbraak te voorkomen omdat deze criminaliteitsvorm een aanzienlijke financiële impact heeft en tevens bij 20 procent van de slachtoffers een langjarige immateriële invloed heeft.
Woninginbraak is een ´klassiek´ delict, in de zin dat er altijd zal worden ingebroken. Wat opvalt in Nederland is dat de ontwikkeling van woninginbraak sinds 1980 een fluctuerend beeld laat zien. Gelukkig gaat het de laatste tien jaar weer de goede kant op met die ontwikkeling. Er is sprake van een scherpe daling van woninginbraak. Het niveau van woninginbraak ligt in 2024 op eenzelfde niveau als in de jaren ´70 van de vorige eeuw en dat is bijzonder laag te noemen.
En dat is natuurlijk goed nieuws, want woninginbraak is niet alleen financieel een grote schadepost maar zeer zeker ook immaterieel. Slachtoffers van een geslaagde woninginbraak kunnen hier nog jaren lang geestelijke schade van ondervinden. Er bestaan trouwens honderden studies die het fenomeen vanuit verschillende invalshoeken beschrijven. Dat is niet zo vreemd omdat het volume, de materiële / immateriële schade bij het slachtoffer en de maatschappelijke impact fors is te noemen. In Nederland heeft dit delict all decennia lang de aandacht van beleid en opsporing. Het is een delict waar daders, slachtoffers en de situationele / contextuele aspecten elkaar op verschillende manieren beïnvloeden.
Het goede nieuws is dat het dus prima gaat met de ontwikkeling van woninginbraak. Er is de laatste tien jaar (opnieuw) sprake van een forse daling van de omvang daarvan. Er zijn steeds minder slachtoffers die hun woning aantreffen waar ongenode gasten zijn langs gekomen. Vanuit preventieve en repressieve maatregelen is veel robuuste kennis aanwezig welke maatregelen en interventies werken om woninginbraak tegen te gaan. Het betreft vaak simpele maatregelen die een groot effect kunnen sorteren. Bijgesloten ´kennisparel´ geeft daar vele voorbeelden van. We weten dus wat werkt bij de aanpak van woninginbraak en dat is goed nieuws voor potentiële slachtoffers.
Bron
Waard, Jaap de (juni 2025). Woninginbraak in Nederland: De stand-van-zaken in 2025. Den Haag: Ministerie van Justitie & Veiligheid, Directoraat Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving, 25 pp. https://www.researchgate.net/publication/347436656_Woninginbraak_in_Nederland_De_stand-van-zaken_in_2025
Summary
This presentation addresses the development and scale of the crime of home burglary in the Netherlands. It focuses on the trend from 1980 through 2024. Since 2012, there has (again) been a recorded decline in home burglaries. A brief overview is provided of possible explanations for this decline. Particular attention is given to the growing willingness among the Dutch population to take preventive measures. Finally, a summary is presented of several significant national and international research findings on home burglary.
This is followed by an overview of the characteristics of preventive and repressive measures that have proven to be effective in practice in preventing home burglary. Since the early 1980s, the (preventive) approach to home burglary has received considerable attention. This is hardly surprising. In the case of home burglary, it is evident that the victim suffers not only significant material damage but also psychological harm. Data shows that 19% of victims experience mental or emotional distress following a burglary. International comparisons indicate that the prevalence of home burglary in the Netherlands is higher than in many other European countries.
Given these findings, it is essential to assign high priority to the prevention and investigation of home burglary. Since 1980, the opportunities for committing burglary have increased significantly. For example, the number of private households grew by more than 3.4 million between 1980 and 2024 (from 5 million to 8.4 million). Taking this growth into account, the decline in the number of home burglaries is striking. When comparing the peak year 1994 to 2024, there is an 85% decrease in burglaries relative to the number of private households.
The presentation makes clear that a number of positive developments have occurred regarding home burglary. Since 2012, a significant decline has been observed—especially when the growth in the number of private households over the past 40 years is taken into account. The total recorded level of home burglary has dropped by more than 81% in 2024 compared to the peak year of 1994. When related to the number of private households during this period, the decline amounts to 85%.
The available literature reveals a wide range of possible explanations for the decline. It appears that certain preventive measures targeting home burglary are highly effective. In addition, an offender-focused approach aimed at the most active burglars proves to be well worth the effort. It is therefore essential to invest in a problem-oriented strategy that combines prevention and enforcement, including aftercare following detention. Although the national level of home burglary has decreased, it remains crucial to continue paying close attention to this type of crime. Above all, it is important not to become complacent—both in maintaining expertise and in ensuring continued policy focus and financial investment.
Afsluitend
Afhankelijk van de achterliggende analyse van de oorzaken van woninginbraak zijn vele interventies kansrijk, vooral in combinatie met elkaar. Zoals de inzet van toezicht in woningcomplexen en in de publieke ruimten. Verhogen van het verlichtingsniveau in (semi-)publieke ruimten. Toepassing van cameratoezicht op specifieke locaties en hotspots. Toepassing van het Keurmerk Veilig Wonen. Ophogen van het algemene beveiligingsniveau en herinrichten van woonwijken. Tijdens de bouw al installeren van standaardbeveiligingsmaatregelen. Gefocuste surveillance op ‘hot spots’ en van veelplegers met het doel de pakkans te vergroten. Ook het voorkomen van herhaald slachtofferschap van woninginbraak werpt vruchten af. Kortom, neem kennis van deze kennis!
Hoewel het landelijk niveau van woninginbraak is gedaald, blijft het noodzakelijk om volop aandacht te blijven besteden aan dit delict. Het is vooral zaak om niet te verslappen, zowel voor wat betreft het in standhouden van expertise als de beleidsmatige aandacht en financiële investering. We kunnen vaststellen dat het niveau van woninginbraak in Nederland de afgelopen tien jaar een spectaculaire daling laat zien. Bijgesloten ´kennisparel´ maakt dat duidelijk. Het is dan wel zaak om deze positieve ontwikkeling in stand te houden. Dus ondanks de daling toch alert blijven op de ontwikkeling van woninginbraak. Want wat naar beneden gaat kan ook weer omhoog schieten, zeker bij het delict woninginbraak.
Eerder noemde ik die verslappende aandacht de zogenaamde ´paradox van succes´. De paradox van voorbeeldig toegepaste combinaties van criminaliteitspreventieve en repressieve maatregelen en interventies is dat succesvolle projecten binnen een korte periode weer verloren kunnen gaan. De les die hieruit geleerd moet worden is dat werkzame preventieve en repressieve aanpakken onderhoud vergen. Wanneer maatregelen succesvol blijken te zijn, bestaat vaak bij de uitvoerders de reactie om zich terug te trekken. Het criminaliteitsprobleem is weer tot een aanvaardbaar niveau terug gebracht, dus kunnen de (financiële) investeringen teruggedraaid worden. Hierdoor komen problemen die zich voor de toegepaste investering voordeden vaak binnen een korte periode weer terug.
Een voorbeeld hiervan is het veiligheidsbeleid binnen het openbaar vervoer. Medio jaren ’80 vorige eeuw werd hier zwaar in geïnvesteerd via een gefocuste aanpak om de sociale veiligheid binnen het openbaar vervoer te bevorderen. Het beleid bleek uitermate succesvol te zijn. Echter, de investeringen in de succesvolle maatregelen werden langzamerhand teruggedraaid. Na verloop van tijd was het probleem weer even ernstig en omvangrijk als voor de preventieve ingreep. Het gevolg hiervan was dat een kleine 10 jaar later opnieuw een zogenaamd deltaplan sociale veiligheid in het openbaar vervoer opgezet moest worden. Weer tien jaar later werd weer uitvoering gegeven aan het Aanvalsplan Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer (in kader van Veiligheidsprogramma). Oorzaak: het niet meer uit voeren van de succesvolle maatregelen had tot gevolg dat in zeer korte tijd eenzelfde situatie ontstond als daarvoor. Meer voorbeelden van de ‘paradox van succes’ zijn de aanpak van commerciële overvallen, de aanpak van geweld tegen functionarissen met een publieke taak en de aanpak van woninginbraak.
De les die hieruit geleerd moet worden is dat werkzame maatregelen in leven moet worden gehouden. Uiteraard moet ieder pakket van maatregelen na verloop van tijd bijgesteld of aangevuld worden, maar het rigoureus stoppen met maatregelen kan zeer negatief uitpakken. De vergelijking met een patiënt die plotseling afgesloten wordt van een infuus kan hierbij worden gemaakt. Via ’drip feeding’ moeten succesvolle maatregelen in leven worden gehouden. Centrale overheden spelen hierbij een belangrijke rol. Zij hebben de taak om succesvol en voorbeeldig gebleken preventief beleid in stand te houden. Dit kan deels door het verstrekken van aanmoedigingssubsidies, via aandachttrekkende publicaties in vakbladen, en door het verstrekken van valide kennis en informatie over succesvolle aanpakken. Daarom ook deze ´kennisparel´.
